Parodie of auteursrechtinbreuk? De rechtbank fluit carnavalskraker terug
- Chiara de Jong

- 5 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Carnaval en auteursrecht, je zou ze niet snel in één zin verwachten. Toch draaide het precies daarom in de zaak tussen Universal Music en carnavalsband De Kapotte Kachels. Hun nummer "Dikke Pens" is gebouwd op de melodie van ABBA's wereldhit "Take A Chance On Me", met een eigen, ludieke tekst erover. Daar kon ABBA helaas niet om lachen. De rechtbank Midden-Nederland moest de knoop doorhakken over de vraag: wanneer is een grap over andermans werk toegestaan, en wanneer ga je te ver? Welk belang weegt zwaarder, dat van de maker van de parodie of dat van de rechthebbende van het origineel?
Waar ging de zaak over?
De Kapotte Kachels hebben het carnavalsnummer "Dikke Pens" uitgebracht. Ook al is de tekst volledig anders, is het nummer gebaseerd op de herkenbare melodie van "Take A Chance On Me" van ABBA. Universal Music beheert de rechten van ABBA en liet het nummer offline halen van streamingplatforms zoals Spotify.
De Kapotte Kachels waren het hier niet mee eens. Zij hadden alleen de melodie gebruikt en daar zelf een compleet nieuwe tekst omheen geschreven. Dat zou een parodie opleveren die auteursrechtelijk gewoon mag. Ze wezen ook op het carnavaleske karakter van hun nummer: binnen carnaval is het bewerken van bekende liedjes iets heel normaals. Daar kwam ook nog eens bij dat makers van carnavalsmuziek voortaan huiveriger kunnen worden om nog parodieën te maken, als de rechter hier niet in mee zou gaan.
Auteursrecht en parodie: wat mag wel en wat niet?
De Auteurswet kent een uitzondering voor karikaturen, parodieën en pastiches. Met die uitzondering mag een bestaand auteursrechtelijk beschermd werk worden gebruikt zonder toestemming van de maker, zolang je resultaat humoristisch of spottend is en zich duidelijk onderscheidt van het origineel. Het idee erachter: parodiëren is een vorm van vrijheid van meningsuiting. Het geeft je de vrijheid om op een grappige manier commentaar te leveren op of te verwijzen naar een bestaand werk.
Maar die vrijheid kent ook grenzen. Zo moet er steeds een eerlijke balans zijn tussen twee belangen: enerzijds de vrijheid van meningsuiting van degene die de parodie maakt, en anderzijds de belangen van de oorspronkelijke rechthebbende. Wanneer het belang van de maker van het origineel zwaarder weegt, kan er sprake zijn van een onrechtmatige publicatie en auteursrechtinbreuk.
Daarbij kijkt de rechter onder meer naar de volgende criteria:
· Hoe herkenbaar en dominant zijn de elementen van het oorspronkelijke werk die zijn overgenomen in de parodie?
· Heeft het gebruik van de parodie een commercieel karakter?
· Leidt de parodie tot een associatie met het origineel?
En precies dat spanningsveld zie je terug in de zaak tussen De Kapotte Kachels en Universal Music: een op zich herkenbare en grappige bewerking tegenover een rechthebbende die niet geassocieerd wil worden met de inhoud van die bewerking.
Wat oordeelde de rechter?
De rechter oordeelt dat "Dikke Pens" geen toegestane parodie is. Het belang van Universal Music weegt in dit geval zwaarder dan dat van De Kapotte Kachels. Volgens de rechter gaven de volgende punten de doorslag:
De melodie klinkt de hele tijd door: je herkent "Take A Chance On Me" niet even kort, maar van begin tot eind. Daarmee is het geen subtiele knipoog, maar een wezenlijk onderdeel van "Dikke Pens".
Er zit een duidelijk commercieel belang achter: de band verdient aan het nummer: het levert bekendheid op en inkomsten uit optredens.
Het nummer staat onbeperkt online: doordat "Dikke Pens" gewoon op Spotify en andere platforms staat, ontstaat er een blijvende associatie tussen het werk van ABBA en een tekst met een heel andere inhoud, waar ABBA zelf niet mee geassocieerd wil worden.
Het gaat niet om iets tijdelijks of eenmaligs: het nummer is structureel en onbeperkt beschikbaar en het bereik is groot. Binnen korte tijd haalde het al meer dan een miljoen streams.
Wat wel opvalt: de rechter beperkt de vrijheid van meningsuiting van De Kapotte Kachels niet helemaal. Het nummer moet van streamingplatforms af, maar de band mag "Dikke Pens" nog gewoon live spelen. Beeld- of geluidsopnames van die liveoptredens mogen ook gewoon verspreid worden. Het gaat dus vooral om de structurele commerciële exploitatie via streaming.
Het argument dat deze uitspraak makers van carnavalsmuziek zou kunnen afschrikken, veegt de rechter van tafel. Deze zaak gaat alleen over "Dikke Pens" en betekent niet dat alle andere parodieën automatisch ook niet toelaatbaar zijn. Dat moet namelijk per geval worden beoordeeld.
Wat betekent dit voor creatieve organisaties?
Werk je met bestaand materiaal, of heb je te maken met makers die dat doen? Dan levert deze uitspraak een paar praktische lessen op:
De parodie-uitzondering is geen vrijbrief voor structurele, commerciële exploitatie.
Een grappige bewerking kan prima door de beugel bij een eenmalig of incidenteel optreden. Maar zodra het onbeperkt en op grote schaal beschikbaar wordt via bijvoorbeeld Spotify, kan het gebruik te ver gaan.
Hoe herkenbaarder, hoe risicovoller.
Hoe dominanter het element is dat je overneemt, hoe zwaarder het belang van de oorspronkelijke maker weegt. Zeker als je dat element (zoals hier de melodie) door het hele werk heen laat lopen.
Rechthebbenden kunnen zich verzetten tegen ongewenste associaties.
Ook als jouw bewerking op zich humoristisch is of een culturele oorsprong heeft, zoals bij carnaval, kan het gebruik te ver gaan voor de maker van het origineel.
Heb je te maken met een vergelijkbare situatie rond parodie en auteursrecht? Plan dan een gratis gesprek in en laat je adviseren door één van onze juristen.






